&noscript=1 /> Herfst op de boerderijen in Zuid-Tirol Herfst op de boerderijen in Zuid-Tirol
 
Het boerenleven in de herfst Het boerenleven in de herfst
Landbouw in de herfst

Landbouw in de herfst

Zodra de geur van rijp fruit de boerderijen in Zuid-Tirol omhult, breekt een bijzondere tijd aan.

Zodra de geur van rijp fruit de boerderijen in Zuid-Tirol omhult, breekt een bijzondere tijd aan. Een tijd van overvloed én van de handen uit de mouwen steken.

Leestijd: 7 Minuten

In de herfst draait alles op de boerderijen op volle toeren. De appels en druiven zijn rijp, de dieren keren terug van de alpenweiden en de provisiekamers raken gevuld. Fruittelers, wijnboeren en veehouders hebben in deze periode elk hun eigen werkzaamheden.

 
Het werk van de veehouder

Voor veel veehouders begint de gouden herfst met een van de meest sfeervolle momenten van het boerenjaar: de traditionele almafdaling. Aan het einde van de zomer keren de dieren terug van de alpenweiden. Na maanden op de sappige bergweiden trekken de koeien, schapen, geiten en paarden weer naar het dal. Eenmaal terug op de boerderij genieten ze van de milde dagen in de omliggende weiden, voordat ze weer meer tijd op stal doorbrengen.

Op en rond de boerderij is er volop werk. De aardappelen worden geoogst, de kastanjes geraapt en het brandhout voor de winter gestapeld. In de lager gelegen gebieden benutten de boeren droge herfstdagen om het gras nog een laatste keer te maaien. Deze laatste maaibeurt wordt lokaal ‘Pofl’ genoemd. Elders is de hooioogst dan al afgerond, afhankelijk van de hoogteligging en de weersomstandigheden.

De kelders en provisiekamers raken gevuld. Alles wat de afgelopen maanden in de tuin, op het land en aan de fruitbomen is gerijpt, wordt geoogst en ingemaakt of op een andere manier geconserveerd. Groenten worden ingelegd, kruiden gedroogd en fruit verwerkt tot jam, sap en compote.

Na de zomer op de alpenweiden hebben de dieren extra aandacht nodig. De boer controleert zorgvuldig of alle dieren gezond zijn teruggekeerd en houdt hun welzijn goed in de gaten, zodat ze de komende koude maanden goed doorkomen. Hij kent zijn dieren immers door en door en merkt het snel als een dier zich anders gedraagt dan gewoonlijk.

Het werk van de fruitteler

Voor de fruittelers in Zuid-Tirol betekent de herfst vooral één ding: oogsttijd. En dus volop werk. In september en oktober is het een drukte van belang tussen de rijen appelbomen. Afhankelijk van het ras, de hoogteligging en de weersomstandigheden gaat het oogsten tot ver in de herfst door. Deze factoren bepalen het juiste oogstmoment: pas als de appels de juiste rijpheid en kleur hebben, worden ze geplukt.

Zodra het zover is, is elke helpende hand welkom. De appels worden voorzichtig van de bomen geplukt en in grote oogstkisten gelegd. Dat vraagt om een zorgvuldige aanpak, want kneusplekken moeten zoveel mogelijk worden voorkomen.

Op veel boerderijen helpt het hele gezin mee. Soms mogen ook de gasten zelf een appel van de boom plukken. Zo ervaren ze hoeveel werk er schuilgaat achter een vrucht die anders zo vanzelfsprekend in hun boodschappenmandje belandt.

Het grootste deel van de geoogste appels gaat naar de coöperaties. Daar worden ze gesorteerd, opgeslagen en klaargemaakt voor de verkoop. Sommige boerenfamilies verwerken een deel van hun oogst op de boerderij zelf. Van de knapperige appels maken ze dan appelsap, gedroogd fruit, jam en andere lekkernijen.

Het werk van de wijnboer

Als de herfst zijn intrede doet, gaat het hart van de wijnboer sneller kloppen. Eindelijk breekt de spannendste periode van het jaar aan: de druivenoogst. Of, zoals ze in Zuid-Tirol zeggen: er wordt ‘gewimmt’!

Maandenlang zijn de wijnstokken verzorgd en is het rijpen van de druiven op de voet gevolgd. Nu wordt duidelijk wat het wijnjaar oplevert. Het juiste oogstmoment bepalen vraagt om ervaring en gevoel. De wijnboeren controleren de rijpheid, de zuurgraad en het suikergehalte van de druiven en houden tegelijk het weer in de gaten. Het oogstmoment verschilt per druivenras en hangt ook af van de ligging ten opzichte van de zon en de hoogte van de wijngaard.

Traditioneel worden de druiven met de hand geoogst. Met een druivenschaar worden de rijpe trossen afgeknipt en in kisten gelegd. Familie, vrienden en oogstmedewerkers werken zij aan zij. Zodra de oogst binnen is, begint in de wijnkelder de volgende fase. De druiven worden verwerkt, de most begint te gisten en de jonge wijn ontwikkelt zich. Nu is het een kwestie van goed opletten en geduld hebben. De temperatuur en het verloop van de gisting worden regelmatig gecontroleerd. In de kelder borrelt het en hangt de geur van gistende most.

Ook in de wijngaard is er na de oogst nog genoeg te doen. De wijnstokken worden voorbereid op de winter: draden worden losgemaakt, bladeren verwijderd en de rijen verzorgd. Pas als de bladeren zijn gevallen, begint het snoeien – het startsein voor het komende jaar.