&noscript=1 /> Boerderijwerk in de zomer in Zuid-Tirol Boerderijwerk in de zomer in Zuid-Tirol
 
Landbouw in de zomer Landbouw in de zomer
Hooi, geur en oogsttijd

Hooi, geur en oogsttijd

Met de lange zomerdagen begint voor de boeren in Zuid-Tirol een intensieve werkperiode.

Met de langer wordende dagen en het warme weer begint voor de boeren in Zuid-Tirol een intensieve werkperiode.

Leestijd: 7 minutes

Fruit-, wijn- en veehouders verrichten in de zomer heel uiteenlopende werkzaamheden. Voor allen biedt het warme seizoen ideale omstandigheden voor landbouwactiviteiten. De intensiefste periode beleven de veehouders, die zich moeten bekommeren om een geslaagde hooioogst.

 

Het werk van de veehouder

Met de eerste warme zomerdagen begint op de Zuid-Tiroolse bergboerderijen een van de meest arbeidsintensieve periodes van het jaar: de hooioogst. Afhankelijk van de hoogte start deze al half mei of later en duurt tot eind juni. Dan veranderen de groene bergweiden in drukke werkplaatsen. Na het maaien blijft het gras eerst op de weide liggen, zodat zon en wind het vocht kunnen onttrekken. Om het gelijkmatig te laten drogen, wordt het meerdere keren gekeerd. Pas wanneer het volledig droog is, wordt het hooi met de laadwagen verzameld en veilig in de schuur opgeslagen – als waardevol wintervoer voor de dieren.

Hoewel moderne machines tegenwoordig veel werkstappen vergemakkelijken, is op de steile bergweiden van Zuid-Tirol vaak nog echt handwerk nodig. Daar wordt het gras met speciale motormaaiers gesneden en met behulp van kabelsystemen of andere hulpmiddelen getransporteerd. Juist in deze omstandigheden zijn ervaring, uithoudingsvermogen en teamwork onmisbaar. Het werk eindigt echter niet met de eerste oogst. In juli volgt de tweede grassnede, de zogenaamde tweede maaisnede. Tegen eind augustus volgt de derde snede, de zogenaamde „pofl”. Hoe vaak er in de zomer gemaaid kan worden, hangt vooral af van de hoogte: op hooggelegen bergweiden zijn vaak slechts twee oogsten mogelijk, terwijl in lagere gebieden onder gunstige omstandigheden zelfs vier sneden haalbaar zijn.

Ook verder is er veel te doen. In het vroege zomerseizoen onderhouden de bergboeren hun almen: ze repareren omheiningen en verwijderen takken en struiken. Half juni mogen de jonge dieren naar de alm, waar ze de hele zomer doorbrengen tussen alpengras en frisse berglucht. De melkkoeien blijven op stal en worden, zoals het hele jaar door, twee keer per dag gemolken. Uit de bloeiende vlierstruiken en geurige pepermunt in de kruidentuin worden heerlijke siropen gemaakt. Ook de honing van de bijen wordt nu geslingerd. In de groente- en bessentuin is het eveneens druk: alles groeit uitbundig en de oogsttijd nadert.

Het werk van de fruitteler

Voor de appelboeren brengen de zomermaanden een hele reeks uitdagingen met zich mee. Voor een rijke oogst zijn zij voortdurend bezig met de verzorging van de bomen en de vruchten. De zomer is de periode van groei. Er wordt gezorgd dat de bomen voldoende voedingsstoffen krijgen en dat de rijping van de vruchten optimaal verloopt. De nog kleine appeltjes worden in het vroege zomerseizoen uitgedund – op de Zuid-Tiroolse fruitbedrijven noemt men dit het met de hand verwijderen van overtollige vruchten. Zo krijgen de overblijvende appels voldoende ruimte om te groeien en zich goed te ontwikkelen.

Een belangrijk onderdeel van het zomerse werk is de irrigatie. Omdat de temperaturen stijgen en de bodem sneller uitdroogt, is het essentieel dat de bomen voldoende water krijgen. Een ander aspect is de bestrijding van plagen en ziekten. Het is hoogseizoen voor veel insecten en schimmels die de appelboom kunnen aantasten. De telers moeten waakzaam blijven en regelmatig controles uitvoeren om mogelijke problemen tijdig te herkennen en gepaste maatregelen te nemen. In augustus is het dan eindelijk zover: de eerste appelrassen, zoals Gala, worden met de hand geoogst. Ook de overige fruitbomen op de boerderij dragen in de zomer volop vruchten. Kersen, abrikozen en perziken worden door de boerin vers geoogst en verwerkt tot heerlijke confituren.

Het werk van de wijnbouwer

De wijnbouwers moeten voor de oogst nog wat geduld hebben. Om te voorkomen dat het loof de bloesems in de zomer te sterk overschaduwt, is het belangrijk deze vrij te leggen. Tussen half april en eind juni worden daarom loofwerkzaamheden uitgevoerd. Dit is een taak die grotendeels handmatig gebeurt. Het doel hiervan is om de loofwand van de wijnstok te verminderen. Zo krijgen de druiven meer zonlicht en lucht, wat zorgt voor een betere bescherming tegen ziekten. Het verwijderen van overtollige bladeren en scheuten helpt de wijnstok bovendien om zijn energie rechtstreeks in de vruchten te sturen.

Gedurende de hele zomer controleert de boer zijn planten regelmatig, buigt hij scheuten terug in het draadsysteem en beheert hij de bodembedekking, zodat deze niet te veel water aan de wijnstok onttrekt. Eind juni beginnen de wijnstokken te bloeien. In deze periode hopen de wijnbouwers op goed weer, omdat de bloesems slecht tegen te veel regen kunnen. Vanaf half juli beginnen de druiven langzaam te rijpen. Ook in deze fase blijft de wijnbouwer zich richten op het loofbeheer. Het bladwerk is in de warme vroege zomer sterk gegroeid en het is tijd om orde te scheppen. Eind augustus wordt dan het oogstseizoen ingeluid.